Dit boek is de komische debuutroman van Erik Segers (1961),  freelance journalist, die Germaanse filologie studeerde aan de universiteit van Gent en zowel kortverhalen als televisiescenario’s schreef.

Een jonge man vertrekt naar de dokter voor een doodgewone bloedprik. Zijn afsraak is om 11u00 en hij vertrekt ruimschoots op tijd.
Onderweg valt hij van de ene situatie in de andere doch allen vrij hilarisch absurd om niet te zeggen zeer hilarisch.
Zo maakt hij kennis met een dame die ook naar de dokter moet doch niet dokter De Donder maar naar dokter Vleugels. Deze kennismaking zet algauw de toon van het boek.

Verder maakt kennis hij met wegenwerkers die een eerste zware hindernis vormen en of dat nog niet genoeg is komt er ook nog Mie Katoen en Frans Karton aan te pas om nog maar te zwijgen van Joost en de Snorren.
Eén voor één vrij ruwe figuren die zich bezighouden met dingen die hij beter niet ontdekt had.
Uiteindelijk is er dan ook nog tot overmaat van ramp, een neerstortend vliegtuig en nog zoveel meer.
Er komen zowel fantasierijke scenes als puur humoristische als zeer ruwe scenes aanbod. Kortom, alles komt aanbod; Pech, erotiek, geweld, gruwel, grof en plat taalgebruik doch alles overgoten met een serieuze saus humor en aan gekke woordspelingen en zinsneden ontbreekt het echt niet, integendeel.
Vrouwvriendelijk kun je het boek niet echt noemen maar ook de mannen maken geen fraaie beurt.

Kortom een grappig en zeer hilarische verhaal van een tocht naar de dokter , soms langdradig doch vlot geschreven op een wel zeer eigenzinnige humoristische wijze.
Over het algemeen met plezier en luid gelach gelezen.
Een fikse ontspannende aanrader.